Nieuwe tijden, nieuwe kansen. Organisaties kunnen het zich niet langer meer permitteren om leren te vereenzelvigen met trainen. In de praktijk gebeurt dat ook al lang niet meer. Professionals verwoorden consequent dat ze verreweg het meeste leren in en door de praktijk. Dit hoeft natuurlijk niet letterlijk het einde te zijn van formeel leren. Maar dat de leerlandschappen in organisaties drastisch aan verandering toe zijn, zoveel is wel zeker.
Heel veel HDR’ers denken dat ze weten wat de lijnorganisatie bezighoudt. Het tegendeel is waar, zegt Menno van der Haven, manager Learning & Development bij BP Raffi naderij in Rotterdam. ‘Ook ik heb moeten toegeven dat ik onvoldoende wist van de business om een sparringpartner te kunnen zijn voor de lijn. Ik loop tegenwoordig veel vaker naar buiten met m’n blauwe overall aan en m’n helm op.’
De bron en aanleiding van HNW lijkt vooral te vinden in nieuwe technologieën die oplossingen proberen te bedenken; voor o.a. het mobilteitsprobleem en de internationalisering/ globalisering. Vandaar dat bijvoorbeeld Microsoft onder deze noemer een heel concept heeft ontwikkeld. Wat betekent dit voor de aard van het werk en wat betekent dit voor de ontwikkeling van de mensen?
Het Nieuwe Werken pretendeert nieuw en vernieuwend te zijn. Maar hoe staat het met het theoretisch fundament? Om op deze vraag meer zicht te krijgen ging Jan Vriens in gesprek met hoogleraar Organisatiedynamiek en Innovatie Wessel Ganzevoort.
Een rondetafelgesprek met Rogier van Koetsveld (adviseur bij Veldhoen + Company), Manja Jongsma (programmadirecteur
Het Nieuwe Werken SNS Reaal), Ton Geerts (algemeen directeur Kamer van Koophandel Rotterdam) en Hans van de Werff (managing director bij Berenschot). Daarnaast een praktijkvoorbeeld rondom Het Nieuwe Werken zoals dat bij TNT is ingevoerd.
Toen ik er eerder in mijn opleiding achterkwam dat coachen hier met name aan de telefoon plaatsvond, dacht ik: ‘Yeah, right. Dat ga ik dus niet doen! Saai. Heb je dan wel echt contact als je iemand niet in de ogen kunt kijken? En alle non-verbale informatie die je dan mist!’ Niet lang daarna voerde ik mijn eerste telefonische coachingsgesprek. [Lees verder...]
In onze manier van denken over kantoorinnovatie en thema’s als ‘Anders Werken’ en ‘Het
Nieuwe Werken’ gaan we tot dusver impliciet veelal uit van een vrij traditionele ordening.
Plat gezegd veronderstelt deze ordening dat er een baas is die werk moet verrichten. Hiertoe
heeft hij een groep medewerkers en deze medewerkers moeten ondersteund worden met een gebouw en bijbehorende
faciliteiten. Logisch en relevant. Maar blijft dit ook zo? Ik denk van niet! Dit impliciete model lijkt snel te veranderen en de
vraag is hoe de relatie tussen deze factoren zich ontwikkelt.
LEF futurecenter van Rijkswaterstaat is opgericht om groepen vanuit het ministerie van Verkeer en Waterstaat te helpen met het realiseren van doorbraken in vastgelopen processen. LEF geeft geen inhoudelijke bijdrage maar faciliteert. In de eerste tien maanden van 2009 werden in LEF 350 sessies gehouden waaraan in totaal zo’n 10.000 mensen deelnamen.
Het Nieuwe Werken: de nieuwe hype of eigentijdse organisatieontwikkeling? Een pleidooi voor de combinatie van de fysieke, de virtuele en de mentale omgeving. Een pleidooi ook voor de verbinding van organisatiedoelen met de werkomgeving. En voor werkstijl als hefboom voor blijvende ontwikkeling.